Autour du Mont Ventoux, juni 2017

Donderdag 1 juni, 12.03 uur facturatie achter de rug en eindelijk vakantie. Deze keer uitzonderlijk moe, weken van 50 uur waren de laatste maand eerder normaal als uitzondering. Ik ben geen 20 meer en voel behoorlijk de vermoeidheid toeslaan. Voorzichtig rijd ik naar huis, wetende dat ik de klus geklaard heb en ik eindelijk kan gaan uitrusten.

We vertrekken vrijdagochtend om via Maastricht en de nieuwe tunnel naar Luik en verder naar Luxemburg te rijden. Hans rijdt, ik durf niet, ben te moe. Het is de eerste keer dat we via de tunnels onder Maastricht door konden rijden en dit is een hele verbetering. Voor Luik luisteren we naar de navigatie die ons op de kortste weg door het centrum van Luik stuurt. Dus langs de Maas door de vele kleine tunneltjes. Of dit de snelste route is?

Onze eerste lange pauze is Luxemburg stad. Het is lang geleden dat ik hier rond liep en ons korte bezoek nodigt uit om een keer terug te gaan voor een lang weekend. De temperatuur loopt richting 30 graden en het voorspelde onweer is al in de verte te horen. De donkere luchten zorgen wel voor mooie foto’s (die helaas verloren zijn gegaan).

Als we na 1,5 uur uit de parkeergarage rijden vallen de eerste druppels al op de voorruit, dit wordt een thema voor de rest van de reis. De eerste bui barst los. Nu op weg naar Beaune en ons overnachtingshotel.

De eerste onweersbui onderweg

Tegen 5 uur en vele onweersbuien later rijden we met een blauwe lucht Beaune binnen. Inchecken, douchen en snel Beaune bekijken. Gelukkig is het Hotel Dieu nog open en vinden we na het bezoek een gezellig terras.

Hotel Dieu

Het vakantiegevoel begint te komen als we achter een heerlijke salade op het terras zitten.

De eerste nacht in een vreemd bed vind ik altijd vervelend maar dit keer toch redelijk geslapen, mede door de vermoeidheid van de afgelopen weken. Na een uitstekend ontbijt de koffers weer in de auto gezet en op weg naar onze eindbestemming aan de voet van de Mont Ventoux.

Ook vandaag houden we een langere pauze en gaan de de Romeinse opgravingen in Vienne bekijken, de Tempel van Augustus en Livia, de Piramide en het Theater (helaas van buiten want het is dicht 🙁 ) en het prachtige museum aan de overkant van de rivier Musée Gallo-Romain de Saint-Romain-en-Gal -Vienne.

 

De opgraving naast het museum kunnen mijn niet echt boeien, niet meer als een leuk stuk Romeinse weg (leuk idee dat je over een weg loopt die honderden jaren oud is) en de layout van een stad.

Het museum is in een mooi modern gebouw met veel lichtinval en ik geniet van de vele mozaïken.

Ook vandaag zitten we weer net op tijd in de auto, de eerste regendruppels van het naderende onweer vallen al. ‘s Avonds blijkt dat mijn geheugenkaartje van mijn Canon de foto’s niet heeft opgeslagen. Dus geen foto’s van Luxemburg, maar gelukkig fotografeerden we met twee camera’s en mijn Samsung in Vienne.

Voorbij Vienne verteld de navigatie dame dat er behoorlijk veel files staan op de Autoroute du Soleil. Als alternatief zegt ze dat we de Route Nationaal naast de snelweg kunnen nemen. Weinig succesvol, veel reizigers hebben hetzelfde al gedaan en ook daar staan files. We hebben weinig zin in urenlang stapvoets rijden en we bedenken een andere route, we volgende de D538 naar het zuiden. Een mooie route met helaas de Franse ziekte: rotondes en drempels….

Het schiet niet op maar het is zo’n mooie rit door een schitterend landschap. We naderen de heuvels en bergen van de Mont Ventoux en het weer wordt slechter, onweer met zeer harde regenbuien op de smalle bergwegen. Ik vind dit doodeng, de weg is nauwelijks meer te zien en de ruitenwissers kunnen het niet aan. Niet mijn idee van een heerlijke rit. In de stromende regen komen we aan op ons logeeradres in Montbrun les Bains. We worden allerhartelijkst ontvangen door Joop en Margriet, en druppelen de hele vloer nat. We zijn blij met de mooie studio (en de warme douche), we zijn er! Joop en Margriet zijn Brabanders op leeftijd die een paar maanden per jaar hier wonen. Ze verhuren een Studio, met eigen terras en tuin (helaas zonder schaduw) en een Apartement met balkon en uitzicht. Margriet had verwacht dat we Brabanders waren (vanwege de boeking met adres Valkenswaard) en de teleurstelling was van haar gezicht te lezen, helaas zijn wij arbeidsmigranten in Brabant 🙂 .

De eerste dag doen we niet veel, uitrusten, genieten van het uitzicht en de tuin. We bezoeken de lokale supermarkt en ‘s middags lopen we naar het middeleeuwse stadje.

Via smalle paadjes loop je steil omhoog, het uitzicht wordt steeds mooier. Pittoresk is het goede woord. Je zult hier maar wonen, alles moet je dan via de oude straatjes vervoeren, stel je voor je moet verhuizen.. ik zie het helemaal voor me, banken, kasten alles over deze straatjes. Een Nederlandse verhuizer krijg je niet zo gek lijkt me.

In het midden van het stadje ligt een soort marktplein met een prachtig uitzicht over de vallei. Op dit pleintje staat een stadspoort cq. klokkentoren die per heel uur twee keer de tijd “luidt” 3 min voor en precies op het hele uur. Deze toren geeft toegang tot het oudste gedeelte van het stadje. Vanaf hier staan de huizen gestapeld, balancerend op rotsen. Hoger staat de ruïne van het kasteel, helaas niet te bezichtigen, prive bezit.

 

De oude kerk stamt nog uit de 12de eeuw met mooie ramen waardoor het zonlicht binnenstroomt. Het is zo schilderachtig dat ik genoeg foto’s maak voor een kalender. Ansichtkaarten waardig.

We ontdekken dat hier behalve een mooi terras ook heerlijk ambachtelijk ijs hebben bij Le Salon du Beffroi. Hier gaan we vaker komen!

Maandag maken we een tocht naar Vaison la Romaine naar de opgravingen. Iedere route vanuit Montbrun gaat langs prachtige heuvels en bergen. Soms kom je een stadje tegen waar met ooit iemand een kerk boven op een rots heeft gebouwd.

Met een beetje fantasie waan je je in The Lord of the Rings, het ene moment is het landschap dreigend dan weer lieflijk en mooi.

De dag erna bezoeken we Vaison la Romaine. In Vaison liggen twee opgravingen op loopafstand van elkaar. We klimmen eerst naar het hoogste punt: het theater. Ze wisten wel waar ze dit bouwden, bovenaan heb je weer een prachtig uitzicht over een dal, natuurlijk zien we dit uitzicht alleen omdat de “achterkant” van het theater niet meer rechtop staat. In het midden van de eerste opgraving staat een klein museum. Heerlijk met airco 🙂 . We picknicken op een Romeinse steen, het is erg rustig, geen ladingen toeristen, geen schoolklassen.

‘s Middags lopen we door de “moderne” stad naar de rivier, steken de Romeinse brug over en wandelen naar de middeleeuwse bovenstad. Wauw, de ene na de andere foto is als een ansichtkaart van een kalender. Supermooi, maar het is een hele steile wandeling omhoog. Ik geef op en ga niet de ruïne van het kasteel bekijken. Voel mijn voeten en rug niet meer. Genoeg gelopen, we moeten nog terug naar de auto die aan de andere kant van het stadje staat.

Terug lopend komen we langs een aantal souvenirswinkels en ik verbaas me over de hoeveelheid bonte spullen die ze verkopen, het levert wel leuke plaatjes op.

Dinsdag maken we ‘s middags een autoritje door de omgeving richting Sault. Het stadje wemelt van de wielrenners om weg naar de Mont Ventoux. Daar kijken we verbaasd naar een bekende auto: De WensAmbulance Brabant brengt een patiënt en zijn vrienden naar Sault.

Woensdag is de lucht helder, geen wolk te zien en een uitstekende dag om een tocht te maken naar de Mont Ventoux. Niet zoals vele met de fiets of te voet, maar met de auto. Het laatste stuk voor de top, heeft iets buitenaards, alleen gele rotsen, geen begroeiing en wind, veel wind. Zelfs met mijn capuchon op is het boven op de top niet om uit te houden en zoek ik een luw plekje wat lager. Hans maakt een prachtig panorama van het uitzicht.

Het lijkt wel een Nederlandse berg, het merendeel van de auto’s die je tegenkomt heeft een Nederlands kenteken.

Het uitzicht is door het heldere weer adembenemend. Om een indruk te geven van de kaalheid van deze berg maakte ik een filmpje van de laatste kilometers omhoog en omlaag.

Mijn schoondochter Florentine grapt dat ik dit de volgende keer met de fiets moet proberen. Ik zie het al voor me, de fietstassen boordevol accu’s …. Donderdag en vrijdag houden we een minivakantie in een vakantie. We hebben een hotelkamer aan de rand van Nimes gereserveerd en gaan twee dagen lang opgravingen bekijken.

Een werkelijk schitterende rit door het nationale park de Luberon: diepe kloven, prachtige bossen; een ruig landschap, wat een land.

We beginnen in Saint-Remy-de-Provencé met de opgravingen van Glanum. Wauw, aan de rand van de parkeerplaats staat een triomfboog en een mausoleum. Het begint goed.

Glanum

In een dal ligt de opgraving van het kleine Romeinse plaatsje. Ze hebben enkele pilaren van een tempel nieuwgebouwd om de bezoekers een idee te geven hoe het er uit moet hebben gezien. Voor de rest is het een echte ruïne, geeft wel een goede indruk van hoe een stadje eruit heeft gezien. Vooral de ligging maakt dit echt een bezoek waard.

Van Glanum rijden we naar Arles om daar het Amfitheater, het Théâtre Antique en de baden van Constantijn te bekijken en het museum even buiten de stadsdrukte. Arles zelf is oud en volledig gericht op toeristen, een mengelmoes van wansmaak spulletjes over Van Gogh en de Romeinen zie je bij iedere souvenirwinkel, ook al verzamelen we magneetjes, hier kopen we niks.

Jammer genoeg zijn de huizen erg verloederd en krijg ik een hoog Palermo gevoel als ik rondloop. (Palermo zou een van de mooiste steden van Europa kunnen zijn, mits ze eindelijk gaan renoveren).

    

Het Amfitheater is nog in gebruik als stierenvechtarena, het antieke theater niet maar wordt overspoeld door lagere schoolklassen, levert wel een grappig filmpje op, net als de gladiatoren van vroeger stromen de schoolklassen de arena in.

Het is warm en druk in Arles en het stadje kan mij niet boeien. Maar het museum even buiten de drukte wel. Weer een modern gebouw met veel lichtinval. Mozaïken, beelden, sarcofagen en maquettes, zelfs een boot! Heerlijk ronddwalen, fotograferen wat we mooi vinden, zo fijn dat ze overal airco hebben 🙂 🙂

   

Even buiten Arles ontdek ik op de kaart drie puntjes met het bijschrift Aquaduct, op onderzoek dus, en ja hoor, midden in een Olijvenboomgaard liggen de overblijfselen van een Aquaduct. Prachtig en we lopen er een hele tijd langs. Pas naderhand komen we erachter dat dit het Aquaduct van Barbegal is, gebouwd is om 6 watermolens aan te drijven, die aan de andere kant van de heuvel stonden.

Het is erg warm en ik ben dan ook blij als ik weer in de airco zit op weg naar Nimes, naar hotel en douche.

Nimes is een prachtige stad en zeker een bezoek waard. Ik zou iedereen willen aanraden er een keer naar toe te gaan. Het heeft leuke pleintjes, prachtige winkelstraten en veel leuke terrasjes. Wij kwamen natuurlijk voor de Romeinse opgravingen. We parkeerden vlakbij de Jardin de la Fontaine bij de Tour de Magne en de Tempel van Diana. Ze liggen in een prachtig park, met terrassen, fonteinen en veel pracht en praal. Overal wandelen mensen, zitten op bankjes, sporten in de openlucht, gezellig sfeertje maar wij “sporten” naar boven naar de Tour.

 

Daarna de Arena van Nimes (gebouwd naar een model van het Colloseum in Rome) een van de best bewaarde Romeinse Amfitheaters. Als sluitstuk de Port August en het Maison Carreé, ik blijf daar in de schaduw op een steen een broodje eten. Genoeg Romeinen voor vandaag.

Wat een prachtige stad! Intens gezellig. Een groot contrast met Arles, hier bruist het en is niet alles gericht op toeristen. Misschien komt het omdat Nimes een universiteitsstad is.

Vanuit Nimes rijden we 17 kilometer naar het noorden naar Pont de Gard. We kiezen voor de parkeerplaats aan de linkeroever, minder die minder toeristisch is.

Vandaag kunnen we niet op het echte aquaduct, men is druk bezig met de voorbereidingen voor een vuurwerk.


We wandelen heerlijk langs de rivier en s’ avonds ontdek ik waarom dit steeds moeilijker ging, een giga blaar onder mijn voet…ach leve de blarenpleisters.

Via Avignon rijden we terug. We zijn moe en stoppen er niet maar hebben wel het “geluk” dat het verkeer helemaal vast staat zodat we vanuit de auto de stadsmuren, het Pauselijk Paleis en DE brug kunnen zien.

Zaterdag en zondag houden we een rustdag, lekker foto’s bijwerken die we de afgelopen dagen gemaakt hebben en blogje schrijven. ’s Avonds worden we verrast door een prachtige rode zonsondergang, ik loop met mijn camera richting dorp. Het ondergaan van de zon begon met een soort stralenkrans, daarna werd het steeds roder, voordat de zon echt achter de bergen weg zakte.

   

Een prachtig panorama van het stadje met de rode hemel.

Dinsdag zijn we pas weer in beweging te krijgen, we gaan Orange bezoeken. Het Theater en de Triomfboog en de tempel staan nog op Hans zijn verlanglijstje. Jemig wat is het warm, de auto geeft 35 graden aan. Zucht, ik kan er slecht tegen. Flink zijn Jeroentje (uitspraak van mijn oma), je komt hier misschien nooit meer. Hans heeft een parkeerplek in de stad gevonden en we lopen door de hitte het centrum in. Het theater is prachtig.

Het is genieten, je vergeet de warmte (nou bijna). Gelukkig kun je via makkelijke trappen omhoog en omlaag. Ik ga een tijdje op de tribune zitten en kijk om me heen. Hans klimt helemaal naar boven zodat hij een panorama kan maken.

Na dit bezoek is het lunchtijd, een paar straatjes verwijderd van het theater vinden we een leuk restaurantje onder bomen en bestellen een heerlijke salade.

   

Daarna volgt een behoorlijk lange tippel naar de triomfboog. Getverderrie het is warm. Het plein om de boog wordt verbouwd, Hans is een bikkel en klimt over de betonblokken om het beter te bekijken en foto’s te maken. Ik geef het op, blijf in de schaduw staan. Op de terugweg naar de auto gaan we nog even de kathedraal in, weer zo’n oude kerk, sommige gedeeltes zijn uit de 9de eeuw. In Orange ligt tegenover het theater een leuk museum met niet alleen Romeinse schatten 🙂 .

 

Eigenlijk hadden we het plan om een middeleeuws plaatsje op de terugweg te bekijken maar Hans komt niet meer de auto uit en ik geef hem helemaal gelijk. Via een supermarkt met airco rijden we naar Montbrun.

Donderdag maakten we een spectaculaire tocht door Gorges de la Nesque. Volgens veel verslagen die ik gelezen heb zou dit een moeilijke rit zijn die gevaarlijk smal zou zijn. We rijden de route van oost naar west zodat de passagier (met hoogtevrees!) aan de rotskant zit en de chauffeur een goed overzicht heeft mocht er toch een tegenligger komen. Het is helemaal niet eng, of gevaarlijk, veel bangmakerij om niks. Het is wel een fantastische tocht. Onderweg kwamen we veel wielrenners tegen, respect dames en heren!

   

Ik heb de tocht samengevat in enkele foto’s en in een behoorlijk lang filmpje, wel een waarschuwing, ik weet dat ik de voorruit had moeten schoonmaken…

In de buurt van Sault worden de lavendelvelden steeds paarser, een geweldig gezicht met de bloeiende brem op de achtergrond. Deze foto vraagt erom om afgedrukt te worden.

Jammer genoeg zit de vakantie er bijna op. Morgen is het weer tijd om koffers te pakken en nog een laatste keer een ijsje te gaan eten bij de Beffroi!

Zaterdag rijden we via naar Bourgh-en-Bresse waar we een overnachtingshotel gereserveerd hebben. Alleen doen we dit niet via de geijkte route langs Lyon maar via de D942 langs de Gorges de Méouge naar Serres en hoger naar Aspres-sur-Buëch via Grenoble naar de A48 Lyon en onze eindbestemming voor die dag. Een route die ik kan aanbevelen. Wat een natuurschoon! De Gorges de Méouge is zo mooi omdat de weg gedeeltelijk laag in de kloof ligt dit in tegenstelling tot de Gorges de Nesque waar je hoog de diepte in kijkt. De wegen naast de Méouge zijn smaller en het is meer opletten. Gelukkig hebben ze ook hier een aantal parkeerplaatsen gemaakt. Helemaal leuk dat je vanaf deze paden naar het riviertje kan wandelen. Natuurlijk klim ik naar beneden, even voelen of het water ook echt koud is, ff checken 😉 Ik word enthousiast als ik op de kaart zie dat er nog een Romeinse brug in ligt, nou ja, gebouwt naar Romeinsmodel en op de plaatst waar ooit een oude Romeinse brug lag. Maakt niet uit, is mooi. Jammer genoeg hadden we geen tijd om de hele wandeling te maken. (lees: een van ons vond dat jammer)

In Bourg-en-Bresse hebben we de Koninklijke Abdij van Brou bezocht, als je ooit in de buurt bent bezoeken.

Meesterlijk beeldhouwerk. De kerk wordt helemaal gerenoveerd, misschien gaan ze iets te ver in de renovatie, als een beeldhouwerk niet meer duidelijk is wordt het gekopieerd, hulde aan de ambachtslieden, maar geeft ook een beetje een Efteling gevoel.

 

De volgende dag heerlijk naar huis gereden, pas bij Luxemburg werd het vervelend, de A25 was helemaal afgesloten, een alternatieve route door Luxemburg en de Ardennen gevonden, mmmm hier is het ook mooi, volgende vakantie naar de Ardennen?

Thuis blijkt dat we het mooie weer met ons meegenomen hebben, het is 31 graden in Dommelen. Nu nog heerlijk genieten van een paar dagen vrij, voordat ik weer ga werken.

Ben je enthousiast over de streek die we bezocht hebben dan kun je nog meer foto’s bekijken op de foto website van Hans.

Frankrijk